Vertaling van accent

Engels
Nederlands
to accent, to accentuate, to stress, to emphasize, to emphasise, to punctuate {ww.}
accentueren
aanzetten
onderstrepen
beklemtonen 
benadrukken 
hameren
onderlijnen
tamboereren
de klemtoon leggen op

I accent
you accent
we accent

ik accentueer
jij accentueert
wij accentueren
» meer vervoegingen van accentueren

to accent, to accentuate, to stress, to emphasize {ww.}
de klemtoon leggen op
accentueren
beklemtonen 
benadrukken 

I accent
you accent
we accent

ik accentueer
jij accentueert
wij accentueren
» meer vervoegingen van accentueren

to accent, to accentuate, to emphasize, to highlight, to stress, to underline {ww.}
benadrukken 
met nadruk zeggen
nadruk leggen op

I accent
you accent
we accent

ik benadruk
jij benadrukt
wij benadrukken
» meer vervoegingen van benadrukken

to accent, to accentuate, to stress, to emphasize, to emphasise, to punctuate {ww.}
de klemtoon leggen op
accentueren
profileren
beklemtonen 
benadrukken 

I accent
you accent
we accent

ik accentueer
jij accentueert
wij accentueren
» meer vervoegingen van accentueren

accent, stress, emphasis {zn.}
accent  [o]
klemtoon
nadruk
I missed the British accent so much.
Ik heb het Britse accent heel erg gemist.
You don't have an accent
Jij spreekt zonder accent
accent, emphasis, highlight {zn.}
klem
nadruk
accent {zn.}
accent 
tongval
He speaks Esperanto with a slight French accent.
Hij spreekt Esperanto met een licht Frans accent.
I have an accent
Ik spreek met een accent
accent mark, supersign, accent {zn.}
accent  [o]
accentteken [o]
kapje [o]

Gerelateerd aan accent

accentuate - stress - emphasize - emphasise - punctuate - highlight - underline - emphasis - accent mark - supersign