Vertaling van gehad

Nederlands
Duits
hebben, erop nahouden {ww.}
haben
besitzen

ik heb gehad
jij hebt gehad
hij/zij/het heeft gehad

ich habe gehabt
du hast gehabt
er/sie/es hat gehabt
» meer vervoegingen van haben

Gerelateerd aan gehad

hebben - erop nahouden