Vertaling van zijn

Nederlands
Duits
zijn, 'r, d'r, z'n, haar, zijne, hare {bez. vnw.}
ihr
sein

wij zijn
jullie zijn
zij zijn

wir sind
ihr seid
sie sind
» meer vervoegingen van sein

zijn, wezen [o] {zn.}
Existenz [v] (die ~)
zijn, z'n, zijne {bez. vnw.}
sein

wij zijn
jullie zijn
zij zijn

wir sind
ihr seid
sie sind
» meer vervoegingen van sein

haar, hun, zijn, heur, z'n, 'r, d'r {bez. vnw.}
sein
ihr

wij zijn
jullie zijn
zij zijn

wir sind
ihr seid
sie sind
» meer vervoegingen van sein

wezen, zijn {ww.}
sein

wij zijn
jullie zijn
zij zijn

wir sind
ihr seid
sie sind
» meer vervoegingen van sein

bestaan [o], zijn, existentie {zn.}
Existenz [v] (die ~)
Bestehen
Dasein [o] (das ~)

wij zijn
jullie zijn
zij zijn

wir bestehen
ihr besteht
sie bestehen
» meer vervoegingen van bestehen

wezenheid [v], wezen [o], zijn {zn.}
Wesenheit [v] (die ~)

Gerelateerd aan zijn

'r - d'r - z'n - haar - zijne - hare - wezen - hun - heur - bestaan - existentie - wezenheid