Vertaling van zijn

Nederlands
Duits
zijn, z'n, zijne {bez. vnw.}
sein
zijn, 'r, d'r, z'n, haar, zijne, hare {bez. vnw.}
ihr
sein
zijn, wezen [o] {zn.}
Existenz [v] (die ~)
zijn
sind
zijn
sind
wezen, zijn {ww.}
sein

wij zijn
jullie zijn
zij zijn

wir sind
ihr seid
sie sind
» meer vervoegingen van sein

haar, hun, zijn, heur, z'n, 'r, d'r {bez. vnw.}
sein
ihr
bestaan [o], zijn, existentie {zn.}
Existenz [v] (die ~)
Bestehen
Dasein [o] (das ~)
Geloof je in het bestaan van God?
Glauben Sie an die Existenz Gottes?
Zij probeert het bestaan van geesten te bewijzen.
Sie versucht die Existenz von Geistern zu beweisen.
wezenheid [v], wezen [o], zijn {zn.}
Wesenheit [v] (die ~)
bestaan, zijn, existeren
sein
existieren
bevinden, zijn
sein
befinden

Gerelateerd aan zijn

z'n - zijne - 'r - d'r - haar - hare - wezen - hun - heur - bestaan - existentie - wezenheid - existeren - bevinden