Vertaling van naam

Nederlands
Engels
benaming [v], naam, naamwoord {zn.}
name 
appellation
denomination
Mijn naam is Farshad.
My name is Farshad.
Mijn naam is Yamada.
My name is Yamada.
faam [v], reputatie [v], naam, roep {zn.}
reputation 
standing 
Tom heeft een slechte reputatie.
Tom has a bad reputation.
Hij heeft een goede reputatie.
He has a good reputation.

Gerelateerd aan naam

benaming - naamwoord - faam - reputatie - roep