Vertaling van gebruiken

Inhoud:

Nederlands
Frans
aanwenden, benutten, gebruiken {ww.}
user de
employer 
se servir de 
appliquer 

wij gebruiken
jullie gebruiken
zij gebruiken

nous employons
vous employez
ils/elles emploient
» meer vervoegingen van employer

drinken, gebruiken {ww.}
boire 

wij gebruiken
jullie gebruiken
zij gebruiken

nous buvons
vous buvez
ils/elles boivent
» meer vervoegingen van boire

Wil je iets te drinken?
Désirez-vous boire quelque chose ?
Europeanen drinken graag wijn.
Les Européens aiment boire du vin.
bikken, gebruiken, eten, vreten, nuttigen {ww.}
manger 
déjeuner 

wij gebruiken
jullie gebruiken
zij gebruiken

nous mangeons
vous mangez
ils/elles mangent
» meer vervoegingen van manger

Kan ik eten?
Puis-je manger ?
Wanneer kunnen we eten?
Quand pouvons-nous manger ?
gebruik (mv. gebruiken) [o], gewoonte, usance {zn.}
habitude  [v] (la ~)
coutume  [v] (la ~)
gebruik (mv. gebruiken) [o], zede {zn.}
coutume  [v] (la ~)
gebruik (mv. gebruiken) [o], genot {zn.}
recours  [m] (le ~)


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Frans

Ik moet medicijnen gebruiken.

Je dois prendre des médicaments.

Mag ik dit potlood gebruiken?

Puis-je utiliser ce crayon ?

Mag ik deze fiets gebruiken?

Puis-je utiliser ce vélo ?

Mag ik jouw potlood gebruiken?

Puis-je utiliser ton crayon ?

Wil je de mijne gebruiken?

Voulez-vous utiliser la mienne ?

Mag ik je telefoon gebruiken?

Puis-je utiliser ton téléphone ?

Mag ik jouw telefoon gebruiken?

Puis-je utiliser ton téléphone ?

Ik denk dat ze jou gebruiken.

Je pense qu'ils se servent de toi.

Door Tatoeba te gebruiken leert men talen.

En utilisant Tatoeba on apprend des langues.

Wij gebruiken woorden om te communiceren.

Nous utilisons les mots pour communiquer.

Wij gebruiken stokjes in plaats van vork en mes.

Nous utilisons des baguettes à la place des couteaux et fourchettes.

Weet je hoe je een woordenboek moet gebruiken?

Sais-tu utiliser un dictionnaire ?

Het is een voordeel een computer de kunnen gebruiken.

C'est un avantage d'être capable d'utiliser un ordinateur.

Je mag mijn auto gebruiken als je voorzichtig rijdt.

Vous pouvez conduire ma voiture pour autant que vous conduisiez prudemment.

Men zegt dat hij kan spreken zonder notities te gebruiken.

On dit qu'il est capable de parler sans notes.


Gerelateerd aan gebruiken

aanwenden - benutten - drinken - bikken - eten - vreten - nuttigen - gebruik - gewoonte - usance - zede - genot