Vertaling van het maken

Inhoud:

Nederlands
Portugees
maken, aanmaken, bedrijven, doen, uitbrengen, uitrichten, uitvoeren {ww.}
fazer
cometer
confeccionar
executar
formar
Hij is bang fouten te maken.
Ele tem medo de cometer erros.
Wees niet bang om een fout te maken.
Não tenha medo de cometer um erro.
gesteld zijn, het maken {ww.}
andar
estar
passar
doen ontstaan, formeren, maken, ontwikkelen {ww.}
provocar
estabelecer
pruzir
engendrar
componeren, maken, scheppen, schrijven {ww.}
escrever
compor
Ik ga morgen een brief schrijven.
Vou escrever uma carta amanhã.
Ik heb geen tijd om te schrijven.
Não tenho tempo para escrever.
creëren, maken, scheppen {ww.}
fazer
instituir
criar
Kunt u alstublieft plaats voor mij maken?
Poderia, por favor, fazer sala para mim?
Zult ge deze namiddag uw huiswerk maken?
Você vai fazer sua lição de casa esta tarde?
fabriceren, maken, aanmaken, vervaardigen {ww.}
fabricar
herstellen, maken, repareren, verhelpen, verstellen {ww.}
consertar
restaurar
reparar
Kan je die lekke band nu herstellen?
Você pode consertar o pneu furado agora?


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Portugees

Mama is een taart aan het maken.

A mamãe está fazendo um bolo.

Ik kan niet geloven dat je foto's van kakkerlakken aan het maken bent.

Não acredito que você está fotografando baratas.