Betekenis van:
Holland

Holland (narticle ~)
Zelfstandig naamwoord
  • land in Europa; benaming voor Nederland; landstreek in Nederland

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Waar je ook heengaat in Holland, je komt overal windmolens tegen.
  2. „GOUDA HOLLAND
  3. Gouda Holland (BGA)
  4. Edam Holland (BGA)
  5. Mevrouw Helen HOLLAND
  6. Frontier Economics: „Holland Malt” , oktober 2005
  7. De Europese consument beleeft de kaassoorten Gouda Holland (en Edam Holland) als merken.
  8. mevrouw R. KRUISINGA, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland (ambtswijziging)
  9. De onderhavige zaak betreft een subsidie voor een investeringsproject van Holland Malt BV. Holland Malt BV, hierna „Holland Malt” genoemd, is een joint venture tussen de bierbrouwerij Bavaria NV en Agrifirm, een coöperatie van graanproducenten in Noord-Nederland en Duitsland.
  10. Voorts merkt Holland Malt op dat de investering in Holland Malt ondanks de overcapaciteit op de wereldmarkt voor mout niet noodzakelijk tot nog meer capaciteit zal leiden.
  11. Volgens Holland Malt wordt dit bevestigd door drie rapporten van 2005.
  12. Volgens Nederland en Holland Malt kan HTST-mout worden beschouwd als premiummout.
  13. De bouwactiviteiten van Holland Malt in de Eemshaven zijn in februari 2004 begonnen.
  14. Agrifirm steunt de toekenning van de subsidie voor Holland Malt volledig.
  15. Zie zaak 730/79, Philip Morris Holland/Commissie, Jurispr. 1980, blz. 2671, punt 11.