Betekenis van:
rabbijn

rabbijn (de ~ | meervoud rabbijnen)
Zelfstandig naamwoord
  • godsdienstleraar v.h. joodse geloof; aanspreektitel v.e. rabbijn

Synoniemen

Hyperoniemen

rabbijn
Zelfstandig naamwoord
  • religieuze, joodse geleerde die een expert is op het gebied van joodse wetgeving

Voorbeeldzinnen

  1. Tom is een rabbijn.