Betekenis van:
dromen

dromen
Werkwoord
  • het zich iets voorstellen van iets dat men graag wil zien gebeuren
dromen
Werkwoord
  • het ervaren van een reeks van gebeurtenissen of beelden die iemand in de geest, terwijl iemand aan het slapen is
droom (de ~ | meervoud dromen)
Zelfstandig naamwoord
  • het gedroomde
"[het huis] van mijn dromen"
"een mooie droom"

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Soms komen dromen uit.
  2. Ik heb veel dromen.
  3. Dromen komen uit.
  4. Toms dromen kwamen uit.
  5. Ge doet mij dromen.
  6. Ik heb vaak nare dromen.
  7. Tom is de man van mijn dromen.
  8. Je bent het meisje van mijn dromen.
  9. Met deze telescoop kun je sterren en dromen zien.
  10. Hoe zou ik een robot kunnen zijn? Robots dromen niet.
  11. Ik heb geen geld, maar ik heb dromen.
  12. Sommige dromen zijn een glimp van de toekomst.
  13. Mijn ogen zijn een oceaan waarin mijn dromen weerspiegelen.
  14. Ik heb geen geld, maar ik heb dromen.
  15. Een van mijn dromen is ooit het noorderlicht te zien krijgen.