Betekenis van:
saldo

saldo (het ~ | meervoud saldo's)
Zelfstandig naamwoord
  • verschil tussen uitgaven en inkomsten
"een negatief/nadelig saldo"
"een nadelig saldo"

Hyperoniemen

saldo
Zelfstandig naamwoord
  • het eindbedrag wanneer alle tegoeden en verplichtingen in rekening gebracht zijn
"Het saldo is altijd nog flink positief."

Voorbeeldzinnen

  1. Saldo
  2. SALDO
  3. Saldo retaildeposito’s
  4. Saldo 2006
  5. Saldo 2007
  6. Betaling van het saldo
  7. Saldo 15 oktober 2005
  8. Beschikbaar saldo en benuttingspercentage
  9. Saldo voor het begrotingsjaar
  10. het nieuwe saldo;
  11. Saldo van jaar (n)
  12. SALDO, DEEL C
  13. Saldo 2007 EU-27
  14. Saldo (c = a - b)
  15. gecorrigeerd saldo 2007