Betekenis van:
reuzel

reuzel (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • gesmolten varkensvet; klein zetsel
"iets bakken in reuzel"

Synoniemen

Hyperoniemen

reuzel
Zelfstandig naamwoord
  • varkensvet door uitsmelting van vetweefsel bekomen

Voorbeeldzinnen

  1. Reuzel [10]
  2. Varkensvet (reuzel daaronder begrepen)
  3. (voor reuzel van vrij wild)
  4. Reuzel en ander varkensvet, gesmolten
  5. Reuzel, runder-, pluimvee-, schapen- en varkensvet
  6. Reuzel, visolie, rundvlees-, pluimvee- en schapenvet
  7. worst, vleeswaren, reuzel, vleesconserven en verwerkt slachtafval;
  8. Reuzel en andere vetten voor raffinage
  9. Reuzel en gesmolten vet voor menselijke consumptie
  10. Reuzel en gesmolten vet, niet voor menselijke consumptie, met inbegrip van visoliën
  11. Varkensvet (reuzel daaronder begrepen) en vet van gevogelte, ander dan dat bedoeld bij post 0209 of 1503:
  12. Varkensvet (reuzel daaronder begrepen) en vet van gevogelte, ander dan dat bedoeld bij post 0209 of 1503
  13. Varkensvet (reuzel daaronder begrepen) en vet van gevogelte, ander dan dat bedoeld bij post 0209 of 1503
  14. Varkensvet (reuzel daaronder begrepen) en vet van gevogelte, ander dan dat bedoeld bij post 0209 of 1503:
  15. reuzel en gesmolten vet die de in hoofdstuk IV, deel B, punt 2, onder d), iv), van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 voorgeschreven hittebehandeling hebben ondergaan;