Betekenis van:
reuzel
reuzel (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- gesmolten varkensvet; klein zetsel
"iets bakken in reuzel"
Synoniemen
Hyperoniemen
reuzel
Zelfstandig naamwoord
- varkensvet door uitsmelting van vetweefsel bekomen
Voorbeeldzinnen
- Reuzel [10]
- Varkensvet (reuzel daaronder begrepen)
- (voor reuzel van vrij wild)
- Reuzel en ander varkensvet, gesmolten
- Reuzel, runder-, pluimvee-, schapen- en varkensvet
- Reuzel, visolie, rundvlees-, pluimvee- en schapenvet
- worst, vleeswaren, reuzel, vleesconserven en verwerkt slachtafval;
- Reuzel en andere vetten voor raffinage
- Reuzel en gesmolten vet voor menselijke consumptie
- Reuzel en gesmolten vet, niet voor menselijke consumptie, met inbegrip van visoliën
- Varkensvet (reuzel daaronder begrepen) en vet van gevogelte, ander dan dat bedoeld bij post 0209 of 1503:
- Varkensvet (reuzel daaronder begrepen) en vet van gevogelte, ander dan dat bedoeld bij post 0209 of 1503
- Varkensvet (reuzel daaronder begrepen) en vet van gevogelte, ander dan dat bedoeld bij post 0209 of 1503
- Varkensvet (reuzel daaronder begrepen) en vet van gevogelte, ander dan dat bedoeld bij post 0209 of 1503:
- reuzel en gesmolten vet die de in hoofdstuk IV, deel B, punt 2, onder d), iv), van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 voorgeschreven hittebehandeling hebben ondergaan;