Betekenis van:
badpak

badpak (het ~ | meervoud badpakken)
Zelfstandig naamwoord
  • zwempak
"een badpak dragen"

Hyperoniemen

badpak
Zelfstandig naamwoord
  • kledij bedoeld voor het baden en zwemmen
"Wij liepen in badpak."

Voorbeeldzinnen

  1. Ze droeg een rood badpak.