Betekenis van:
badpak
badpak (het ~ | meervoud badpakken)
Zelfstandig naamwoord
- zwempak
"een badpak dragen"
Hyperoniemen
badpak
Zelfstandig naamwoord
- kledij bedoeld voor het baden en zwemmen
"Wij liepen in badpak."
Voorbeeldzinnen
- Ze droeg een rood badpak.