Betekenis van:
meter

meter (de ~ | meervoud meters)
Zelfstandig naamwoord
  • eenheid voor het meten van lengte
"dat klopt voor geen meter"
"[twee] meter lang/hoog/breed/diep"

Hyperoniemen

meter
Zelfstandig naamwoord
  • meetinstrument, gereedschap of toestel om grootheden (maten, gewichten) te bepalen
" De wijzer van de meter mag niet in het rode gebied komen."
meter
Zelfstandig naamwoord
  • de SI-basiseenheid van lengte
meter
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die metingen verricht of meters afleest
meter
Zelfstandig naamwoord
  • een doopmoeder

Voorbeeldzinnen

  1. Het was tachtig meter lang.
  2. Het was acht meter lang.
  3. Ik ben 1 meter 90.
  4. Een kubieke meter correspondeert met 1000 liter.
  5. Het gebouw is honderd meter hoog.
  6. Natuurkunde interesseert me voor geen meter.
  7. De berg is tweeduizend meter boven het zeeniveau.
  8. Zijn record is een nieuw wereldrecord op de honderd meter sprint.
  9. Vorm een rij die één meter ver is van de rij voor jou.
  10. Een ijspegel van een meter is niet ongebruikelijk.
  11. Meter
  12. Vierkante meter
  13. Kubieke meter
  14. = kubieke meter
  15. Goedgekeurde meter