Betekenis van:
krampachtig

krampachtig
Bijwoord
  • met te ingespannen spieren en daardoor niet soepel
"Krampachtig schoot de voetballer de bal in het doel."
krampachtig
Bijvoeglijk naamwoord
  • met grote krachtsinspanning
"krampachtig vasthouden"
"krampachtige pogingen"
krampachtig
Bijvoeglijk naamwoord
  • zich als kramp vertonend
"een krampachtige samentrekking van de spieren"
"een krampachtig samengetrokken gezicht"

Synoniemen