Betekenis van:
opeens

opeens
Bijwoord
  • snel en onverwachts
"Opeens wist ik het."

Voorbeeldzinnen

  1. Opeens begon het te regenen.
  2. Het is opeens koud geworden, hè?
  3. Ik begrijp niet waarom hij zo opeens wegging.