Betekenis van:
afstandsbediening
afstandsbediening
Zelfstandig naamwoord
- een toestel dat vanaf afstand een ander toestel bestuurt
"De batterij van de afstandsbediening was weer eens leeg."
afstandsbediening (de ~ | meervoud afstandsbedieningen)
Zelfstandig naamwoord
- apparaat om op afstand mee te bedienen
"een universele afstandsbediening"
Hyperoniemen
afstandsbediening (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- het op afstand regelbaar zijn
"een brug op afstandsbediening"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Er ligt een afstandsbediening voor de tv onder de bank.
- Afstandsbediening
- een afstandsbediening.
- Sirenetoestellen met afstandsbediening
- Afstandsbediening van portieren of waarschuwingstoestellen zijn defect.
- Afstandsbediening van voortstuwingswerktuigen vanaf de brug (V 49)
- De eenheid heeft stereo-, hoofd- en oortelefoonaansluitingen en een afstandsbediening.
- Apparaten voor de bewaking van industriële processen en voor afstandsbediening
- Afstandsbediening van portieren of waarschuwings-toestellen zijn defect.
- In afwijking daarvan is een afstandsbediening toegestaan op voorwaarde dat
- de bedieningsafstand tussen de afstandsbediening en het voertuig mag hoogstens 11 m bedragen indien het systeem een rechtstreekse visuele lijn tussen de afstandsbediening en het voertuig vereist.
- Bij boegschroefinstallaties verwijst „afstandsbediening” alleen naar de bediening op afstand vanaf de stuurstelling in het stuurhuis.
- Dit kan worden getest door een ondoorzichtig oppervlak tussen de afstandsbediening en het voertuig te plaatsen.
- de bedieningsafstand tussen de afstandsbediening en het voertuig mag hoogstens 6 m bedragen;
- De bedieningsorganen en indicatoren voor de afstandsbediening moeten blijvend en duidelijk worden geïdentificeerd.