Betekenis van:
wintersport
wintersport (de ~ | meervoud wintersporten)
Zelfstandig naamwoord
- sport die je typisch 's winters doet
"met/op/'naar de' wintersport (gaan/zijn)"
Hyperoniemen
wintersport
Zelfstandig naamwoord
- sport die in de winter beoefend wordt
Voorbeeldzinnen
- Een wintersport waar veel mensen van houden is ijsschaatsen.
- Ski's, voor de wintersport