Betekenis van:
dagtaak

dagtaak (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • werk te doen op één dag
"ergens een dagtaak aan hebben"
"met de dagtaak beginnen"

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Kan aangepast werk als een volledige dagtaak worden verricht?
  2. Kan de verzekerde in zijn/haar laatste werkzaamheid als een volledige dagtaak vervullen? …