Betekenis van:
dagbladpers

dagbladpers (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • verzamelde dagbladen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Bij brief van 3 juni 2003 van de Vereniging De Nederlandse Dagbladpers en bij brief van 19 juni 2003 van Uitgeversmaatschappij De Telegraaf.
  2. Ontvangt de sector die steun niet, dan brengen economische crises die nog zwaarder zullen zijn dan die uit het recente verleden — waarbij het grootste deel van de Europese dagbladpers zwaar werd getroffen door een dalende verkoop van advertentieruimte — de toekomst van deze nationale bedrijfstak ernstig in gevaar.
  3. Association of Commercial Television in Europe (ACT), bij brief van 15 april 2004; Arbeitsgemeinschaft der öffentlich-rechtlichen Rundfunkanstalten der Bundesrepublik Deutschland (ARD), per faxbericht van 8 april 2004; Broadcast Partners, definitieve versie bij brief van 27 april 2004; CLT-UFA, RTL/HMG en Yorin (hierna: „CLT-UFA”), bij brief van 14 april 2004; De Telegraaf, bij brief van 5 april 2004; Groep Nederlandse Dagbladpers, bij brief van 21 april 2004; Publieke Omroep, bij brief van 21 april 2004; SBS Broadcasting BV, bij brief van 26 april 2004; Branchevereniging van Nederlandse kabelbedrijven (VECAI) bij brief van 8 april 2004; Vereniging van Commerciële Radio (VCR), bij brief van 13 april 2004.