Betekenis van:
polshorloge

polshorloge
Zelfstandig naamwoord
  • een uurwerk dat om de pols gedragen wordt
"Hij had net een nieuw polshorloge gekocht, daarom moest het bandje nog iets worden ingekort."
polshorloge (het ~ | meervoud polshorloges)
Zelfstandig naamwoord
  • horloge voor om pols

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Dit polshorloge staat mij niet aan.
  2. Hij kreeg van de leraar een gouden polshorloge.