Betekenis van:
halfrond
halfrond
Zelfstandig naamwoord
- het oppervlak van een halve bol, met name van de aarde
"Het noordelijk halfrond ontmoet het zuidelijk bij de evenaar."
halfrond (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- parlementzaal in België; helft v.d. aardbol
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
halfrond
Bijvoeglijk naamwoord
- de vorm van een halve cirkel, cilinder of bol hebbend
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- halfrond sjabloon
- Het botsoppervlak is halfrond met een diameter van 165 mm.
- „botslichaam”: een stijf, halfrond, hoofdvormig botslichaam met een diameter van 165 mm, overeenkomstig bijlage 5, punt 3, van dit reglement;
- Een dik, halfrond artikel, met een totale afmeting van ongeveer 75 cm (L) × 45 cm (B), gemaakt van een weefsel van gesponnen kokosvezels dat het grootste deel van het oppervlak uitmaakt, met een rug van rubber.
- De appelproducenten in de Gemeenschap hebben sedert enige tijd af te rekenen met problemen die onder meer zijn toe te schrijven aan een aanzienlijke stijging van de invoer van appelen uit bepaalde derde landen van het zuidelijke halfrond.
- Als de referentielijn achterkant motorkap en de referentielijn zijkant elkaar niet snijden, wordt de referentielijn achterkant motorkap verlengd en/of gewijzigd door gebruik te maken van een halfrond sjabloon met een straal van 100 mm. De sjabloon moet van dunne, soepele folie zijn die in om het even welke richting gemakkelijk eenmaal kan worden gebogen.