Betekenis van:
kaasschaaf

kaasschaaf (de ~ | meervoud kaasschaven)
Zelfstandig naamwoord
  • schaaf om van kaas plakken te maken
"werken met de kaasschaaf"

Hyperoniemen

kaasschaaf
Zelfstandig naamwoord
  • een gebruiksvoorwerp waarmee een dun plakje van een stuk kaas kan worden gesneden
"Mensen die onervaren zijn met de kaasschaaf snijden zichzelf er wel eens aan."