Betekenis van:
te

te
Voorzetsel
  • bij plaatsaanduidingen: in.
"Ik ben geboren te Amerongen."
te
Voorzetsel
  • met gebruikmaking van, per, middels.
"Komt u te voet, te paard, met de auto of op de fiets?"
te
Voorzetsel
  • komt regelmatig voor in combinatie met een infinitief.
"Ik beveel je te zitten."
te
Voorzetsel
  • bij plaatsaanduidingen: in.
"Ik ben geboren te Amerongen."
te
Voorzetsel
  • met gebruikmaking van, per, middels.
"Komt u te voet, te paard, met de auto of op de fiets?"
te
Voorzetsel
  • komt regelmatig voor in combinatie met een infinitief.
"Ik beveel je te zitten."

Voorbeeldzinnen

  1. Te laat.
  2. Hij was te moe om te studeren.
  3. Probeer gewicht te verliezen door te joggen.
  4. Ik ben te moe om te rennen.
  5. Je bent te jong om te trouwen.
  6. Niemand is te oud om te leren.
  7. Hij was te kwaad om te spreken.
  8. Het is te warm om te werken.
  9. Dit boek is te moeilijk te begrijpen.
  10. Ik heb te veel te doen.
  11. Ik begon te huilen.
  12. Het begon te gieten.
  13. Je begon te huilen.
  14. Spreek ik te snel?
  15. Het is te heet.