Betekenis van:
huisarts

huisarts (de ~ | meervoud huisartsen)
Zelfstandig naamwoord
  • huisdokter
"naar de huisarts (gaan)"
"de huisarts heeft hem doorverwezen naar een specialist"

Synoniemen

Hyperoniemen

huisarts
Zelfstandig naamwoord
  • een arts die de eerste lijn van opvang vormt voor een aantal vaste patiënten in de buurt
"Ondersteuning van de huisarts vindt op dit moment onvoldoende plaats."

Voorbeeldzinnen

  1. een gesprek met de huisarts;
  2. Primaire gezondheidszorg: huisarts, centrum voor eerstelijnsgezondheidszorg e.d.
  3. Uitoefening van de beroepswerkzaamheden van huisarts
  4. inDenemarken, de zorgverstrekker, gewoonlijk de huisarts, die u naar een specialist zal verwijzen;
  5. huisarts, tandarts en apotheker kan worden ingeroepen zonder voorafgaand contact met Agis Zorgverzekeringen;
  6. en ten minste de volgende personeelsleden: huisarts, urgentieartsen, orthopeed, kinderarts, anesthesist, apotheker, verloskundige, medisch directeur, laborant, radiologisch laborant.
  7. inDenemarken,voor medische bijstand van een arts of tandarts kunt u een huisarts of tandarts van de openbare gezondheidsdienst contacteren,
  8. 52003 XC 0924(034): Mededeling — Kennisgeving van de beroepstitel van huisarts overeenkomstig artikel 41 van Richtlijn 93/16/EEG van 24.9.2003 (PB C 228 van 24.9.2003, blz. 9),
  9. 96/C/216/03 Lijst van de benamingen van de diploma's, certificaten en andere bewijsstukken alsmede van de beroepstitels van huisarts, bekendgemaakt overeenkomstig artikel 41 van Richtlijn 93/16/EEG (PB C 216 van 25.7.1996):
  10. 52005 XC 0521(03): Kennisgeving van de benaming van het diploma van huisarts overeenkomstig artikel 41 van Richtlijn 93/16/EEG'van 21.5.2005 (PB C 123 van 21.5.2005, blz. 5),
  11. Elke lidstaat erkent de in lid 1, tweede alinea, bedoelde aan onderdanen van de lidstaten door andere lidstaten afgegeven certificaten, door daaraan op zijn grondgebied hetzelfde rechtsgevolg toe te kennen als aan de door hemzelf afgegeven certificaten die het mogelijk maken in het kader van zijn nationale stelsel van sociale zekerheid de werkzaamheden van huisarts uit te oefenen.
  12. Elke lidstaat stelt, behoudens de bepalingen inzake verworven rechten, het in het kader van zijn nationale stelsel van sociale zekerheid verrichten van de werkzaamheden van arts als huisarts afhankelijk van het bezit van een opleidingstitel zoals bedoeld in bijlage V, punt 5.1.4.
  13. De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat geven aan artsen die op grond van de eerste alinea verworven rechten hebben, op hun verzoek een certificaat af waaruit blijkt dat zij het recht hebben om in het kader van hun stelsel van sociale zekerheid de werkzaamheden van arts als huisarts uit te oefenen zonder de in bijlage V, punt 5.1.4, bedoelde opleidingstitel te bezitten.
  14. Elke lidstaat erkent, voor de uitoefening van de werkzaamheden van arts als huisarts in het kader van zijn nationale stelsel van sociale zekerheid, de in bijlage V, punt 5.1.4, bedoelde opleidingstitels die aan onderdanen van de lidstaten door andere lidstaten met inachtneming van de minimumopleidingseisen van artikel 28 zijn afgegeven.
  15. Met betrekking tot het bewijs van bevoegdheid als recreatief vlieger kan, niettegenstaande de derde alinea en als de nationale wetgeving dit toestaat, een huisarts die de medische voorgeschiedenis van de aanvrager voldoende in detail kent, optreden als luchtvaartgeneeskundig keuringsarts, overeenkomstig de gedetailleerde uitvoeringsbepalingen die volgens de in artikel 65, lid 3, bedoelde procedure zijn vastgesteld; deze uitvoeringsbepalingen garanderen dat het veiligheidsniveau behouden blijft.