Betekenis van:
bladeren
bladeren
Werkwoord
- vluchtig een boek, blad of webstek doorkijken
"Ze bladerde door het woordenboek."
bladeren
Zelfstandig naamwoord
- een van de vier Duitse kleuren in het kaartspel
blad (het ~ | meervoud bladeren, bladen)
Zelfstandig naamwoord
- meestal groen en schijfvormig orgaan aan takken en stengels van planten, dat dient om vocht uit te wasemen en koolzuur uit de lucht op te nemen
"als de blaadjes komen en gaan"
"een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Deze twee bladeren lijken op elkaar.
- In de herfst worden de bladeren geel.
- In oktober beginnen de bladeren te vallen.
- In de herfst worden deze groene bladeren rood.
- De bladeren van de bomen worden bruin in de herfst.
- In de winter vliegen de droge bladeren in de lucht rond.
- Bladeren
- Bladeren
- Naalden/bladeren
- Bladeren/naalden
- Afvallen van groene bladeren:
- bladeren en stengels,
- Ontvouwen van de bladeren
- Bladeren van de biet
- zwarte aanslag op bladeren