Betekenis van:
waakhond
waakhond (de ~ | meervoud waakhonden)
Zelfstandig naamwoord
- hond die huis en erf bewaakt
"de waakhond blaft/gromt"
Hyperoniemen
Hyponiemen
waakhond
Zelfstandig naamwoord
- een hond die het huis of een erf bewaakt
"Die waakhond schrikt de inbrekers altijd af."
Voorbeeldzinnen
- De Staat heeft zijn rol als „waakhond” dus niet vervuld en heeft France Télécom de mogelijkheid geboden haar schuld te vergroten tot een nooit geziene omvang.