Betekenis van:
knie

knie
Zelfstandig naamwoord
  • een gewricht in het midden van het been dat het bovenbeen met het onderbeen verbindt
knie
Zelfstandig naamwoord
  • iets dat rechthoekig omgebogen is

Voorbeeldzinnen

  1. Tom heeft een zere knie.
  2. Wil je niet op mijn knie zitten?
  3. Ik speelde met de baby op mijn knie.
  4. Knie
  5. middelpunt knie
  6. vervombaar knie-element
  7. de knie bedekkend
  8. de enkel bedekkend, doch niet de knie
  9. „middelpunt van de knie”: het punt waar de knie werkelijk buigt;
  10. „middelpunt van de knie” van het been-botslichaam: het punt waar de knie werkelijk buigt;
  11. Bij elke test worden nieuwe plastisch vervormbare knie-elementen gebruikt.
  12. Bij elke test moeten nieuwe plastisch vervormbare knie-elementen worden gebruikt.
  13. De lengte van het femur en de tibia bedraagt respectievelijk 432 en 494 mm vanaf het middelpunt van de knie.
  14. Om deze redenen dienen volledige heup-, knie- en schouderprothesen te worden heringedeeld als medische hulpmiddelen van klasse III.
  15. betreffende de herindeling van heup-, knie- en schouderprothesen in het kader van Richtlijn 93/42/EEG van de Raad betreffende medische hulpmiddelen