Betekenis van:
betrapt

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Op heterdaad betrapt
  2. Jim was tijdens het examen betrapt op spieken.
  3. Hij is betrapt op spieken tijdens het examen en werd op het matje geroepen.
  4. Door dergelijke voorvallen niet te melden, zijn werkplaatsen zelf medeplichtig aan overtredingen die door exploitanten en bestuurders worden begaan, en mogen zij dezelfde sancties verwachten als ze worden betrapt.
  5. Indien de Gemeenschap of de betrokken lidstaat met een derde land geen algemene hertoelatingsregeling is overeengekomen, worden in de bilaterale overeenkomst inzake klein grensverkeer met dat derde land bepalingen opgenomen die de hertoelating vergemakkelijken van personen die op misbruik van de in deze verordening neergelegde regeling inzake klein grensverkeer zijn betrapt.