Betekenis van:
verwarming

verwarming (de ~ | meervoud verwarmingen)
Zelfstandig naamwoord
  • installatie bedoeld om te verwarmen
"de centrale verwarming"
"de verwarming aanzetten/afzetten"

Hyperoniemen

Hyponiemen

verwarming
Zelfstandig naamwoord
  • het proces van verwarmen
"De verwarming ging erg langzaam."
verwarming
Zelfstandig naamwoord
  • een installatie die voor het verwarmen zorgt
"Zij hebben 's winters de verwarming erg hoog staan."

Voorbeeldzinnen

  1. De verwarming werkt niet.
  2. Valt in de stal de verwarming uit, dan komt de melk in blokjes eruit.
  3. Valt in de stal de verwarming uit, dan komt de melk in blokjes eruit.
  4. Valt in de stal de verwarming uit, dan komt de melk in blokjes eruit.
  5. Verwarming
  6. passieve verwarming;
  7. Koeling/verwarming
  8. Draagbare verwarming.
  9. Voor verwarming
  10. Centrale verwarming
  11. Prestatiecoëfficiënt (verwarming)
  12. Geothermische verwarming
  13. Ja — Andere vaste verwarming
  14. Nee — Geen vaste verwarming
  15. Installeren van centrale verwarming