Betekenis van:
verwarming
verwarming (de ~ | meervoud verwarmingen)
Zelfstandig naamwoord
- installatie bedoeld om te verwarmen
"de centrale verwarming"
"de verwarming aanzetten/afzetten"
Hyperoniemen
Hyponiemen
verwarming
Zelfstandig naamwoord
- het proces van verwarmen
"De verwarming ging erg langzaam."
verwarming
Zelfstandig naamwoord
- een installatie die voor het verwarmen zorgt
"Zij hebben 's winters de verwarming erg hoog staan."
Voorbeeldzinnen
- De verwarming werkt niet.
- Valt in de stal de verwarming uit, dan komt de melk in blokjes eruit.
- Valt in de stal de verwarming uit, dan komt de melk in blokjes eruit.
- Valt in de stal de verwarming uit, dan komt de melk in blokjes eruit.
- Verwarming
- passieve verwarming;
- Koeling/verwarming
- Draagbare verwarming.
- Voor verwarming
- Centrale verwarming
- Prestatiecoëfficiënt (verwarming)
- Geothermische verwarming
- Ja — Andere vaste verwarming
- Nee — Geen vaste verwarming
- Installeren van centrale verwarming