Betekenis van:
aarzelen
aarzelen
Werkwoord
- onzeker zijn, twijfelen
"Hij aarzelde nog wel een beetje, maar ging uiteindelijk toch."
Voorbeeldzinnen
- De beklaagde ging zonder aarzelen in beroep tegen de uitspraak.
- Mochten in afzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij grote projecten, uit het oogpunt van de klant niet voldoende aanbieders voorhanden zijn, zouden de klanten volgens hun eigen verklaringen niet aarzelen een opdeling van de aanbestedingen te maken in kleinere loten (voor afzonderlijke systemen/installaties in plaats van de totale technische algemene opdracht).