Betekenis van:
iemands

iemands
Onbepaald voornaamwoord
  • van iemand
"Je kunt toch niet zomaar in iemands huis gaan zitten?"

Voorbeeldzinnen

  1. Zout in iemands wonden wrijven.
  2. Met gebalde vuist kan je iemands hand niet schudden.
  3. Tom beschuldigde Mary ervan niet te weten hoe iemand lief te hebben of hoe iemands liefde weten te aanvaarden.
  4. Soms vraag ik me af of deze wereld er alleen in iemands hoofd is, en hij ons allemaal tot bestaan droomt. Misschien ben ik het zelfs wel.
  5. Nadere informatie ten behoeve van de vaststelling van iemands identiteit
  6. Nadere informatie ten behoeve van de vaststelling van iemands identiteit
  7. Motivatie en zelfvertrouwen zijn van essentieel belang voor iemands competentie.
  8. Ongeoorloofde bekendmaking van een aandoening of een diagnose kan negatieve gevolgen hebben voor iemands privé- en beroepsleven.
  9. Onder ontwikkeling van initiatief en ondernemerszin wordt iemands vermogen verstaan om ideeën in daden om te zetten.
  10. Een probleemoplossingsgerichte attitude ondersteunt zowel het leren als iemands vermogen met obstakels en veranderingen om te gaan.
  11. mechanisch gevaar, door bijvoorbeeld scherpe kanten die snijwonden in de vingers kunnen veroorzaken, of smalle openingen waarin iemands vingers bekneld kunnen geraken;
  12. Iemands taalbeheersing varieert naar gelang van deze vier dimensies (luisteren, spreken, lezen en schrijven), naar gelang van de taal en naar gelang van de sociale en culturele achtergrond, het milieu en de behoeften en/of belangstelling van de betrokkene.
  13. Na overleg, op eigen initiatief of op verzoek van een andere lidstaat kan het Sirene-bureau van de signalerende lidstaat ook, als de in SIS II opgenomen gegevens onvoldoende zijn, andere informatie verstrekken voor de vaststelling van iemands identiteit.
  14. In het bovenvermelde voorbeeld van de hamer kan dit de kop van de hamer zijn die breekt, aangezien de stukken van de gebroken kop in iemands ogen kunnen terechtkomen waardoor deze persoon blind kan worden.
  15. „intrekking van de vluchtelingenstatus”: de beslissing van een bevoegde autoriteit om iemands vluchtelingenstatus overeenkomstig Richtlijn 2004/83/EG in te trekken, te beëindigen dan wel de verlenging ervan te weigeren;