Betekenis van:
jeugd

jeugd
Zelfstandig naamwoord
  • het jong zijn
"In mijn jeugd was alles zoveel slechter."
jeugd
Zelfstandig naamwoord
  • de jongeren van een samenleving
"De jeugd van tegenwoordig groeit op voor galg en rad."
jeugd (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • kinderperiode; kinderperiode
"de eeuwige jeugd bezitten"
"zijn tweede jeugd"

Synoniemen

Hyperoniemen

jeugd (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • mensen die jong zijn
"de jeugd van tegenwoordig"
"wie de jeugd heeft, heeft de toekomst"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Wat vind je van de jeugd van tegenwoordig?
  2. Ik herinner me vaak aan mijn gelukkige jeugd.
  3. Verslaving is een van de problemen van de jeugd van deze tijd.
  4. De jeugd in ons land heeft geen interesse in de politiek.
  5. Je leert niet voor school, maar voor het leven" (Seneca, die in werkelijkheid het omgekeerde zei: Non vitae sed scholae discimus, "De jeugd doet niet zijn best voor de toekomst maar alleen omdat de leraar het van hem vraagt
  6. Jeugd voor Europa
  7. Jeugd in de wereld
  8. Actie 1 — Jeugd voor Europa
  9. SOCIALE POLITIEK, ONDERWIJS, BEROEPSOPLEIDING EN JEUGD
  10. Actie 3 — Jeugd in de wereld
  11. Actie 1: Jeugd voor Europa: 30 %.
  12. Actie 3: Jeugd in de wereld: 6 %.
  13. Nationaal Bureau voor kind, jeugd en gezin
  14. tot vaststelling van het programma „Jeugd in actie” voor de periode 2007-2013
  15. Bundesminister für Gesundheit, Familie und Jugend (federaal minister van Volksgezondheid, Gezin en Jeugd), Wenen.