Betekenis van:
kompas
kompas (het ~ | meervoud kompassen)
Zelfstandig naamwoord
- instrument voor plaatsbepaling
"op het kompas [varen]"
"op iemands kompas zeilen"
Hyperoniemen
Hyponiemen
kompas
Zelfstandig naamwoord
- instrument waarvan de naald het magnetische noorden aanwijst
Voorbeeldzinnen
- „Kompas” OOD
- „Kompas” OOD
- Een magnetisch kompas.
- Een magnetisch kompas.
- Magnetisch kompas voor hogesnelheidsvaartuigen
- Magnetisch kompas Reg.
- Magnetisch kompas voor hogesnelheidsvaartuigen Reg.
- Kompas voor reddings- en hulpverleningsboten Reg.