Betekenis van:
kredietkaart

kredietkaart
Zelfstandig naamwoord
  • kredietpas

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Tom heeft geen kredietkaart.
  2. Heeft u een kredietkaart?
  3. Ik wil betalen met een kredietkaart.
  4. Ik bel om te zeggen dat ik mijn kredietkaart verloren heb.
  5. Internationaal bankrekeningnummer (IBAN)/Vervaldatum en veiligheidsnummer van de kredietkaart
  6. De uitstaande faciliteitsschulden op kredietkaart zijn echter opgenomen als een deel van MFI-rentestatistieken op uitstaande bedragen, samen met de uitstaande verruimde schulden op kredietkaart.
  7. Noch de faciliteitsschulden op kredietkaart, noch de verruimde schulden op kredietkaart worden onder enige andere indicator voor nieuw afgesloten contracten gerapporteerd.
  8. Bedrag van de kosten voor het gebruik van een specifiek betaalmiddel (bijvoorbeeld een kredietkaart)
  9. Huishouden heeft kredietkaart(en) en/of klantenkaart(en) met negatief saldo
  10. Bedrag van de kosten voor het gebruik van een specifiek betaalmiddel (bijvoorbeeld een kredietkaart)
  11. doorlopende leningen en rekening-courantkrediet, faciliteitsschulden en verruimde schulden op kredietkaart
  12. Code: 02 Via kredietkaart 03 Inning via de bankrekening van de eiser door het gerecht
  13. Gegevens betreffende rente worden uitsluitend gerapporteerd aangaande verruimde schulden op kredietkaart, in de indicatoren 32 en 36.
  14. Nieuwe contracten met betrekking tot girale deposito's, deposito’s met opzegtermijn, schulden op kredietkaart, alsook doorlopende leningen en rekening-courantkredieten
  15. in contanten, andere betaalmiddelen dan contanten (bijvoorbeeld kredietkaart, cheque, enz.), een toeristenvoucher of een ander geloofwaardig bewijs.”