Betekenis van:
ge

ge

Voorbeeldzinnen

  1. Hebt ge een aansteker?
  2. Hebt ge Japanse dagbladen?
  3. Kunt ge dat herhalen?
  4. Waar hebt ge pijn?
  5. Hoeveel hebt ge nodig?
  6. Wat wilt ge drinken?
  7. Schrijft ge een brief?
  8. Kom als ge kunt.
  9. Hebt ge geroepen?
  10. Ge waart laat zeker?
  11. Zijt ge student?
  12. Ge zijt mooi.
  13. Spreekt ge tegen mij?
  14. Ge zijt mijn zonnetje.
  15. Zijt ge bezet morgennamiddag?