Betekenis van:
jij

jij
  • Als onderwerp aangesproken persoon.
jij
  • De aangesproken persoon.
jij
  • Gebruikt vóór epitetten ter nadruk.

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Jij idioot!!
  2. Jij bent de grootste.
  3. Jij of ik?
  4. Welke ben jij?
  5. Welke krant lees jij?
  6. Jij kan toch typen?
  7. Jij bent een idioot.
  8. Jij maakt me gelukkig.
  9. Welke neem jij?
  10. Jij verdient een medaille.
  11. Jij bent de grootste.
  12. Spreek jij Catalaans?
  13. Wiens zoon ben jij?
  14. Jij zingt altijd.
  15. Geloof jij in ufo's?