Betekenis van:
jij
jij
- Als onderwerp aangesproken persoon.
jij
- De aangesproken persoon.
jij
- Gebruikt vóór epitetten ter nadruk.
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Jij idioot!!
- Jij bent de grootste.
- Jij of ik?
- Welke ben jij?
- Welke krant lees jij?
- Jij kan toch typen?
- Jij bent een idioot.
- Jij maakt me gelukkig.
- Welke neem jij?
- Jij verdient een medaille.
- Jij bent de grootste.
- Spreek jij Catalaans?
- Wiens zoon ben jij?
- Jij zingt altijd.
- Geloof jij in ufo's?