Betekenis van:
langs

langs
Voorzetsel
  • terzijde van, evenwijdig aan
"Het fietspad loopt langs het kanaal."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Een vos kwam langs.
  2. We liepen langs de rivier.
  3. We liepen langzaam langs de weg.
  4. We wandelen langs de oever van het meer.
  5. We wandelden langs de oevers van de Thames.
  6. Ik kom morgenochtend langs om je op te halen.
  7. Langs moeilijkheden naar de sterren
  8. De organisatie organiseert ieder jaar een stuk of wat ontmoetingen van vrijwilligers die de deuren langs gaan om Friese boeken te verkopen.
  9. langs de randen
  10. Waarschuwingslampen langs de weg
  11. Veiligheidsplatform langs het spoor
  12. Verzending langs elektronische weg
  13. Langs orale weg
  14. Veiligheidsplatform langs het spoor
  15. Sporenplan langs de perrons