Betekenis van:
langs
langs
Voorzetsel
- terzijde van, evenwijdig aan
"Het fietspad loopt langs het kanaal."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Een vos kwam langs.
- We liepen langs de rivier.
- We liepen langzaam langs de weg.
- We wandelen langs de oever van het meer.
- We wandelden langs de oevers van de Thames.
- Ik kom morgenochtend langs om je op te halen.
- Langs moeilijkheden naar de sterren
- De organisatie organiseert ieder jaar een stuk of wat ontmoetingen van vrijwilligers die de deuren langs gaan om Friese boeken te verkopen.
- langs de randen
- Waarschuwingslampen langs de weg
- Veiligheidsplatform langs het spoor
- Verzending langs elektronische weg
- Langs orale weg
- Veiligheidsplatform langs het spoor
- Sporenplan langs de perrons