Betekenis van:
lende

lende (de ~ | meervoud lendenen, lenden)
Zelfstandig naamwoord
  • onderrug
"in de lendenen"
"zich de lendenen omgorden"

Hyperoniemen

lende
Zelfstandig naamwoord
  • laagste deel van de rug voor het kruis
"De lendenen omgord en brandende de lampen!
Neemt saam de plooien van het slepende gewaad,
Dat gij moogt vaardig zijn tot werken, dienen, kampen,
Tot scheiden – als Gods ure slaat."

Voorbeeldzinnen

  1. Interventie-dikke-lende
  2. Dikke lende („kleinhoofd”) rechtlijnig
  3. Interventie-dunne-lende
  4. Dikke lende („kleinhoofd”) sterk gerond
  5. Interventie-dunne-lende (code INT 17)
  6. Interventie-dikke-lende (code INT 16)
  7. De bovenbil („dikke bil”) en de dikke lende („kleinhoofd”) zijn licht gerond
  8. Van de lende lossnijden tussen de laatste lendewervel en de eerste heiligbeenwervel, waarbij het vooreinde van het bekkenbeen vrijgemaakt wordt.
  9. Uitsnijden en uitbenen: Dit deelstuk wordt recht van de dikke lende afgesneden tussen de laatste lendewervel en de eerste heiligbeenwervel.
  10. Vlees van hoge kwaliteit van runderen, zonder been, vers, gekoeld of bevroren, dat aan de volgende omschrijving voldoet: „Runderhaas (lomito), dunne lende en/of Cube Roll (lomo), dikke lende (rabadilla), bovenbil (carnaza negra), verkregen van geselecteerde gekruiste dieren met minder dan 50 % zeboerassen die uitsluitend zijn gevoed met weidegras en hooi.
  11. Doorsnijden en uitbenen: Dit deelstuk moet tussen de elfde en de tiende rib recht van de dunne lende worden afgesneden en moet de zesde tot en met de tiende rib omvatten.
  12. „half geslacht dier”: het product dat verkregen wordt door het scheiden van het onder a) bedoelde hele geslachte dier in twee symmetrische delen door het midden van alle hals-, rug-, lende- en staartwervels en door het midden van het borstbeen en het bekken.
  13. Uitsnijden en uitbenen: De dikke lende wordt van de platte bil en het spierstuk losgesneden door een rechte snede van ongeveer 5 cm achter de vijfde heiligbeenwervel doorgaande tot op ongeveer 5 cm van het voorste uiteinde van het staartbeen, er daarbij op lettend dat niet door het spierstuk heen wordt gesneden.
  14. Uitsnijden: De haas over de hele lengte lossnijden door de kop (dikke uiteinde) te scheiden van het heupbeen en door een lijn langs de haas naast de wervels te volgen, waarbij de haas van de lende wordt losgemaakt. Opmaak: Klieren en vet verwijderen.