Betekenis van:
pech

pech
Zelfstandig naamwoord
  • de conditie waarin er tegenslag te verwerken is die niet door eigen schuld veroorzaakt is
"Vorig jaar wilde hij medicijnen gaan studeren, maar hij had enorme pech want ondanks zijn acht gemiddeld kwam hij niet door de loting."

Voorbeeldzinnen

  1. Wat heb ik een pech!
  2. Hij schrijft zijn mislukkingen vaak toe aan pech.
  3. www.agriculture.gouv.fr/pech/aqua/