Betekenis van:
handwerk
handwerk (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- schoolvak waarbij je met je handen werkt; werk met de handen
"het oogsten van asperges is nog steeds ouderwets handwerk"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Handwerk- en kunstbenodigdheden
- Muziekinstrumenten, sportartikelen, spelletjes, speelgoed, handwerk, kunstartikelen en toebehoren
- Naainaalden, brei- en haakpennen, voor handwerk, van ijzer of van staal
- Snijwerk (met inbegrip van houtsnijwerk en afgewerkte houtproducten zoals meubels, muziekinstrumenten en handwerk).
- Naainaalden, breipennen, rijgnaalden, haaknaalden, borduurpriemen en dergelijke artikelen, voor handwerk, van ijzer of van staal; veiligheidsspelden en andere spelden, van ijzer of van staal, n.e.g.
- Naainaalden, breipennen, rijgnaalden, haakpennen, borduurpriemen en dergelijke artikelen, voor handwerk, van ijzer of van staal; veiligheidsspelden en andere spelden, van ijzer of van staal, elders genoemd noch elders onder begrepen