Betekenis van:
handwerk

handwerk (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • schoolvak waarbij je met je handen werkt; werk met de handen
"het oogsten van asperges is nog steeds ouderwets handwerk"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Handwerk- en kunstbenodigdheden
  2. Muziekinstrumenten, sportartikelen, spelletjes, speelgoed, handwerk, kunstartikelen en toebehoren
  3. Naainaalden, brei- en haakpennen, voor handwerk, van ijzer of van staal
  4. Snijwerk (met inbegrip van houtsnijwerk en afgewerkte houtproducten zoals meubels, muziekinstrumenten en handwerk).
  5. Naainaalden, breipennen, rijgnaalden, haaknaalden, borduurpriemen en dergelijke artikelen, voor handwerk, van ijzer of van staal; veiligheidsspelden en andere spelden, van ijzer of van staal, n.e.g.
  6. Naainaalden, breipennen, rijgnaalden, haakpennen, borduurpriemen en dergelijke artikelen, voor handwerk, van ijzer of van staal; veiligheidsspelden en andere spelden, van ijzer of van staal, elders genoemd noch elders onder begrepen