Betekenis van:
zeeziek

zeeziek
Bijvoeglijk naamwoord
  • misselijk door schommelen
"vijf passagiers werden zeeziek"

Hyperoniemen

zeeziek
Bijvoeglijk naamwoord
  • een misselijk en beroerd gevoel hebbend door ongerelmatige beweging van een schip
"Toen pas wisten ze dat hij een zeezieke jongen was."