Betekenis van:
leugen

leugen (de ~ | meervoud leugens)
Zelfstandig naamwoord
  • iets dat niet waar is; het niet waar zijn
"al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel"
"niet in zijn eerste leugen gebleven zijn"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

leugen
Zelfstandig naamwoord
  • een mededeling die niet waar is met de bedoeling om anderen te misleiden
"De jongen verzon snel een leugen om onder straf uit te komen."

Voorbeeldzinnen

  1. Dat was een leugen.
  2. Dit was een leugen.
  3. Vrome leugen
  4. Hij heeft nog nooit een leugen verteld.
  5. Hij vertelt een nieuwe leugen om de voorafgaande te verdoezelen.
  6. Hij zei dat hij de kamer niet binnen geweest was: dat is een leugen.
  7. Zij kan zonder blikken of blozen de meest schandalige leugen vertellen.