Betekenis van:
paarlemoer

paarlemoer
Zelfstandig naamwoord
  • het harde, zilverachtig glinsterende, in zeer fraaie kleuren spelende inwendige bekleedsel van de schelp van verscheidene oestersoorten

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ivoor, been, schildpad, hoorn, geweien, koraal, paarlemoer en andere stoffen van dierlijke herkomst geschikt om te worden gesneden, bewerkt; werken van deze stoffen (gevormde werken daaronder begrepen)
  2. De artikelen kunnen zijn samengesteld met echte, gekweekte of onechte parels, met natuurlijke, synthetische, gereconstrueerde of onechte edelstenen of halfedelstenen, dan wel met schildpad, met paarlemoer, met ivoor, met natuurlijk of samengekit barnsteen, met git of met koraal.