Betekenis van:
Nederland
Nederland (narticle ~)
Zelfstandig naamwoord
- land in Europa; benaming voor Nederland; landstreek in Nederland
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Ik kom uit Nederland.
- Duitsland grenst aan Nederland.
- Duitsland grenst aan Nederland.
- Nederland is een klein land.
- Nederland verdiende zo de wereldbeker.
- Nijmegen is de oudste stad van Nederland.
- In juni is hij teruggekomen uit Nederland.
- Amsterdam is de hoofdstad van Nederland.
- Euthanasie is in Nederland toegestaan.
- De eerste immigranten in de Amerikaanse geschiedenis kwamen uit Engeland en Nederland.
- In dit opstel vergelijk ik de volksverhalen van Duitsland en Nederland.
- Kennelijk is de meest gebruikte pinautomaat van Nederland in deze stad.
- Kurkuma (Curcuma Longa) is een van de belangrijkste kruiden en wordt in Nederland ook wel Geelwortel genoemd.
- In Nederland is het de gewoonte dat, wanneer bij de bouw van een huis het hoogste punt bereikt is en de dakpannen gelegd kunnen worden, de opdrachtgever de bouwvakkers op zogenaamd "pannenbier" trakteert om dit te vieren. Er wordt dan een vlag in de nok van het huis geplaatst. Is de opdrachtgever te gierig om te trakteren, dan wordt geen vlag, maar een bezem geplaatst.
- NEDERLAND: