Betekenis van:
achterlicht

achterlicht (het ~ | meervoud achterlichten)
Zelfstandig naamwoord
  • licht achterop een voertuig
"m'n achterlicht is weer eens kapot"
"het achterlicht doet het (niet)"

Hyperoniemen

achterlicht
Zelfstandig naamwoord
  • lamp(en) aan de achterkant van een voertuig

Voorbeeldzinnen

  1. Je hebt een kapot achterlicht.
  2. achterlicht:
  3. Achterlicht
  4. Achterlicht
  5. achterlicht: rood;
  6. met een ander achterlicht.
  7. ACHTERLICHT (Reglement nr. 7)
  8. met het achterlicht of het parkeerlicht.
  9. een rood achterlicht (R), goedgekeurd krachtens Reglement nr. 7, wijzigingenreeks 01;
  10. een rood achterlicht (R), goedgekeurd krachtens wijzigingenreeks 01 van Reglement nr. 7;
  11. De functie van dit licht kan ook worden vervuld door het breedtelicht en het achterlicht, die aan één zijde van de trekker tegelijk kunnen worden ontstoken.
  12. Ten aanzien van de ISO-norm R 1185 is de functie van contact 2 beperkt tot het achterlicht en het markeringslicht aan de linkerzijde.
  13. achterlicht”: het licht dat, van de achterkant gezien, de aanwezigheid van het voertuig kenbaar maakt en een aanwijzing is voor de breedte van het voertuig;
  14. Onder „achterlicht” verstaat men een licht dat, van de achterzijde gezien, de aanwezigheid van de trekker kenbaar maakt en een aanwijzing is voor de breedte van het voertuig.
  15. Aan het uiteinde van een wagen die het einde van een trein kan vormen, moet zijn voorzien in inrichtingen om een achterlicht te kunnen aanbrengen.