Betekenis van:
achterlicht
achterlicht (het ~ | meervoud achterlichten)
Zelfstandig naamwoord
- licht achterop een voertuig
"m'n achterlicht is weer eens kapot"
"het achterlicht doet het (niet)"
Hyperoniemen
achterlicht
Zelfstandig naamwoord
- lamp(en) aan de achterkant van een voertuig
Voorbeeldzinnen
- Je hebt een kapot achterlicht.
- achterlicht:
- Achterlicht
- Achterlicht
- achterlicht: rood;
- met een ander achterlicht.
- ACHTERLICHT (Reglement nr. 7)
- met het achterlicht of het parkeerlicht.
- een rood achterlicht (R), goedgekeurd krachtens Reglement nr. 7, wijzigingenreeks 01;
- een rood achterlicht (R), goedgekeurd krachtens wijzigingenreeks 01 van Reglement nr. 7;
- De functie van dit licht kan ook worden vervuld door het breedtelicht en het achterlicht, die aan één zijde van de trekker tegelijk kunnen worden ontstoken.
- Ten aanzien van de ISO-norm R 1185 is de functie van contact 2 beperkt tot het achterlicht en het markeringslicht aan de linkerzijde.
- „achterlicht”: het licht dat, van de achterkant gezien, de aanwezigheid van het voertuig kenbaar maakt en een aanwijzing is voor de breedte van het voertuig;
- Onder „achterlicht” verstaat men een licht dat, van de achterzijde gezien, de aanwezigheid van de trekker kenbaar maakt en een aanwijzing is voor de breedte van het voertuig.
- Aan het uiteinde van een wagen die het einde van een trein kan vormen, moet zijn voorzien in inrichtingen om een achterlicht te kunnen aanbrengen.