Betekenis van:
afgunstig

afgunstig
Bijvoeglijk naamwoord
  • iemand niet gunnen dat die iets heeft dat men zelf wil hebben
"Hij is nogal afgunstig, vooral op zijn buurman."
afgunstig
Bijvoeglijk naamwoord
  • afgunstig; jaloers
"afgunstig op [iemand of iets]"
"een afgunstige blik"

Synoniemen