Betekenis van:
avondeten

avondeten
Zelfstandig naamwoord
  • een maaltijd die 's avonds genuttigd wordt
"Veel mensen hechten een groot belang aan het avondeten."
avondeten (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • warme maaltijd 's avonds; warme maaltijd 's avonds; warm eten 's avonds
"het avondeten bestond uit soep, stamppot van rauwe andijvie en yoghurt toe"
"het avondeten nuttigen/gebruiken"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Het avondeten is klaar.
  2. Het avondeten is klaar.
  3. Het avondeten is bijna klaar.
  4. Het avondeten is bijna klaar.
  5. Ik kijk vaak TV voor het avondeten.
  6. Na het avondeten deed ik de afwas.
  7. Gewoonlijk neem ik dessert na het avondeten.
  8. Gisteravond heeft Tom geen avondeten gegeten.
  9. Oom Bob nodigde ons uit voor het avondeten.
  10. Mijn vrienden hebben mij uitgenodigd voor het avondeten.
  11. Mijn moeder is bezig het avondeten te koken.
  12. Wat vind je van vis voor het avondeten?
  13. Neem me niet kwalijk als ik het avondeten niet goed gekookt heb.