Betekenis van:
avondeten
avondeten
Zelfstandig naamwoord
- een maaltijd die 's avonds genuttigd wordt
"Veel mensen hechten een groot belang aan het avondeten."
avondeten (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- warme maaltijd 's avonds; warme maaltijd 's avonds; warm eten 's avonds
"het avondeten bestond uit soep, stamppot van rauwe andijvie en yoghurt toe"
"het avondeten nuttigen/gebruiken"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Het avondeten is klaar.
- Het avondeten is klaar.
- Het avondeten is bijna klaar.
- Het avondeten is bijna klaar.
- Ik kijk vaak TV voor het avondeten.
- Na het avondeten deed ik de afwas.
- Gewoonlijk neem ik dessert na het avondeten.
- Gisteravond heeft Tom geen avondeten gegeten.
- Oom Bob nodigde ons uit voor het avondeten.
- Mijn vrienden hebben mij uitgenodigd voor het avondeten.
- Mijn moeder is bezig het avondeten te koken.
- Wat vind je van vis voor het avondeten?
- Neem me niet kwalijk als ik het avondeten niet goed gekookt heb.