Betekenis van:
blussen

blussen
Werkwoord
  • het doven van een brand

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. afval van het branden en blussen van kalk
  2. .3 Er moeten teams worden georganiseerd die verantwoordelijk zijn voor het blussen van branden.
  3. Bijdragen aan het blussen van grote bos- en vegetatiebranden door middel van brandbestrijding vanuit de lucht.
  4. Bijdragen aan het blussen van grote bos- en vegetatiebranden door middel van brandbestrijding vanuit de lucht.
  5. De installatie moet schuim kunnen maken dat geschikt is voor het blussen van oliebranden.
  6. .4 een vaste inrichting om een brand in het kanaal te kunnen blussen; en
  7. .4 een vast aangebrachte inrichting om een brand in de koker te blussen.
  8. .3 een vaste inrichting om een brand in het kanaal te kunnen blussen;
  9. Bijdragen tot het blussen van grote bos- en vegetatiebranden met brandweerwagens.
  10. Bijdragen tot het blussen van grote bos- en vegetatiebranden met apparatuur op de grond.
  11. tot de volgende bestemming zo nodig efficiënt een brand te blussen in enig deel van het schip;
  12. De straalpijp moet in staat zijn per minuut 1,5 m3 doeltreffend schuim, geschikt voor het blussen van een oliebrand, te maken.
  13. De straalpijp moet in staat zijn per minuut 1,5 m3 doeltreffend schuim, geschikt voor het blussen van een oliebrand, te maken.
  14. De datum en het tijdstip waarop de eerste interventie heeft plaatsgevonden, betreffen het moment waarop het eerste blusteam het vuurfront bereikt, d.w.z. het moment waarop het blussen begint.
  15. .1.1 De brandblustoestellen moeten geschikt zijn voor het blussen van branden die mogelijk zijn in de onmiddellijke omgeving van de plaats waar zij zijn geplaatst.