Betekenis van:
cake

cake (de ~ | meervoud cakes)
Zelfstandig naamwoord
  • lichte, zachte koek
"een plakje cake"
"een cake bakken"

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. De cake smaakt zoet.
  2. Deze cake is erg zoet.
  3. Ze bakte een cake voor mij.
  4. Wil je nog een stuk cake?
  5. Ze bakte een cake voor mij.
  6. Snij de cake met een mes.
  7. Het heeft geen zin naar de cake te zoeken: ik heb hem al opgegeten.
  8. Jij was het niet die de cake hebt gegeten die ik heb gemaakt, het was je zus.
  9. Gebak en cake
  10. Brioche, cake en gebak
  11. Broodproducten, vers gebak en cake
  12. Biscuits, crackers, bros gebakken brood en soortgelijke producten (met uitzondering van gebak en cake) met als subcategorieën:
  13. Deze categorie omvat aardappel-, graan- en cacaoproducten die niet onder de bovengenoemde categorieën vallen (bijvoorbeeld aardappelrösti, hartige snacks op basis van granen (bijvoorbeeld maïskrullen, tortillachips en popcorn), muesli, pap, gebak, cake enzovoort).
  14. Dvd+/-r’s worden in verschillende typen verpakkingen in de handel gebracht: de zogenaamde „slim jewel cases” met 1 dvd+/-r, de zogenaamde „cake boxes” met 10 tot 100 dvd+/-r’s, de zogenaamde „shrink-wrapped spindles” (spindels in krimpfolie) met 10 tot 100 dvd+/-r’s, en enveloppen met dvd+/-r’s verpakt in cellofaan, kartonnen dozen, enz.