Betekenis van:
cariës
cariës (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- aantasting v.h. tandglazuur; aantasting v.d. tanden
"cariës voorkomen"
"cariës hebben"
Synoniemen
Hyperoniemen
cariës
Zelfstandig naamwoord
- aantasting van tandglazuur en het tandbeen door bacteriën
Voorbeeldzinnen
- Een hoge mate van tandplak is een risicofactor in de ontwikkeling van cariës bij kinderen
- De door de aanvrager voorgestelde claim luidde als volgt: „Xylitolkauwgum/-pastilles verlaagt het risico van cariës”.